Afbeelding

Meifoto’s

bladsnuitkevers

Sinds ik de trotse bezitter ben van een macrolens – of eigenlijk moet ik zeggen: van een setje tussenringen, want daar begon het mee – heb ik veel meer oog voor de wereld van de insecten. En hoewel ik altijd mijn best doe ze keurig op naam te brengen, bezie ik ze toch voornamelijk met een esthetische blik. Want sommige zijn echt oogverblindend mooi, andere daarentegen weer adembenemend lelijk. Neem nou zo’n maartse vlieg, of een grote dansvlieg: echte lillekerds šŸ™‚

Afbeelding

Bonte vliegenvanger (Ficedula hypoleuca)

De prijs voor vogelfoto van het jaar ga ik met een van deze twee foto’s zeker niet winnen, maar een bonte vliegenvanger in mijn tuin komt niet iedere dag voor. Sterker nog: ik had er nog nooit een gezien. En hij was ook zo weer weg. Dus moeten we de iets mindere kwaliteit van deze inderhaast geschoten plaatjes maar even voor lief nemen. Want zeg nou zelf: is het met dat fraai contrasterende zwart-witte verenkleed niet een heel mooi vogeltje?!

Afbeelding

Zwartkop (Sylvia atricapilla)

Het zwartkopvrouwtje heeft, anders dan je misschien zou verwachten, een bruin petje op. In mijn tuintje laat ze zich zo nu en dan heel even zien. Zwartkoppen leiden een nogal verborgen bestaan en vertonen zich zelden zo open en bloot als op deze foto.
Een vogel waarvan het bestaan zich allerminst in het verborgene afspeelt, is de halsbandparkiet (Psittacula krameri). ’t Is een lawaaierig beestje dat je niet snel over het hoofd ziet.
Doeiii