Narrow Daylight

 

 

sung by me ­čÖé

 

Narrow daylight entered my room
Shining hours were brief
Winter is over
Summer is near
Are we stronger than we believe?
I walked through halls of reputation
Among the infamous too
As the camera clings to the common thread
Beyond all vanity
Into a gaze to shoot you through
Is the kindness we count upon
Hidden in everyone?
I stepped out in a sunlit grove
Although deep down I wished it would rain
Washing away all the sadness and tears
That will never fall so heavily again
Is the kindness we count upon
Hidden in everyone
I stood there in the salt spray air
Felt the wind sweeping over my face
I ran up through the rocks to the old
Wooden cross
It’s a place where I can find some peace
Narrow daylight entered my room
Shining hours were brief
Winter is over
Summer is near
Are we stronger than we believe?
(Krall/Costello)

 

Nooit schreef Diana Krall haar eigen teksten of zong ze haar eigen liedjes totdat, in 2002, haar moeder stierf. Het album The girl in the other room uit 2004 werd een heel persoonlijk album met liedjes en teksten van haarzelf, en hooguit een beetje hulp van echtgenoot Elvis Costello.

Een van de mooiste liedjes op deze cd vind ik Narrow daylight. Een liedje over (slechts terloops even aangestipt) verlies en verdriet. Maar ook over het bijeenrapen van moed om toch weer verder te gaan. Narrow daylight, een sprankje licht, en wijzelf misschien wel stronger than we believe …

Quo vadis, Marianne?

Ooit werd ik lid van de Partij voor de Dieren omdat ze niet antropocentrisch was, en als enige de heilige koe van een eeuwigdurende economische groei bij de hoorns durfde vatten.

Antropocentrisch is een duur woord voor de mens als middelpunt van alles, als maat der dingen, of als ‘kroon op de schepping’,┬ázoals ze bij het CDA en de ChristenUnie graag willen geloven.

De mens als het middelpunt van alles? Dat dank je de koekoek, dacht ik! Heeft zoveel hovaardigheid ons inmiddels niet aan de rand van de afgrond gebracht? De mens niet als deel van, maar als heerser over de natuur?

De natuur die wij dachten te kunnen temmen, waar wij dachten geen rekening mee te hoeven houden, slaat inmiddels immers onverbiddelijk terug. Met klimaatverandering, een stijgende zeespiegel, steeds extremere weersomstandigheden en het massaal uitsterven van soorten.

Werd het dus onderhand niet eens tijd wat bescheidener te worden, een paar forse stappen terug te doen en ecologische grenzen te respecteren? Net als al die andere diersoorten op aarde, door niet langer overal hun natuurlijke leefomgeving op te offeren aan onze mensenbelangen?

Want doen we dat niet, overwoog ik, dan zal het ons uiteindelijk net zo vergaan als de dino’s: uitgestorven! De mens als voetnoot in de geschiedenis van de aarde. Niks middelpunt van alles, niks kroon op de schepping.

En dan die heilige koe van een eeuwigdurende economische groei! Alsof in een wereld waarin alles eindig is en uiteindelijk een keer opraakt, de economie oneindig zou kunnen blijven groeien. Ieder kind begrijpt toch dat dat niet kan?

Elk jaar bereiken we eerder de datum waarop we de hoeveelheid grondstoffen hebben opgesoupeerd die de aarde in een heel jaar kan regenereren. In 2017 was dat moment bijvoorbeeld al bereikt op 2 augustus. De rest van het jaar leven we dan als mensheid op de pof met alle gevolgen van dien, zoals een uitputting van grondstoffen, overbevissing van onze zee├źn en het kappen van regenwoud. Voor ons huidige consumptieniveau hebben we al 1.7 maal de aarde nodig, en zou de hele wereld leven zoals wij in het rijke westen dan hadden we aan drie aardbollen nog niet genoeg.

En alweer, dacht ik, is het de PvdD die als enige haar kiezers niet zoals alle andere partijen van rechts tot (groen) links met geruststellende prietpraatjes over een ‘duurzame economische groei’ in slaap sust. Want het kan niet, duurzame economische groei bestaat niet, net zomin als Sinterklaas. 1)

Geen antropocentrisch wereldbeeld dus en als enige partij genoeg moed om vraagtekens te zetten bij het heilige paradigma van een eeuwigdurende economische groei: voor mij voldoende reden om niet alleen op de PvdD te stemmen, maar om daar ook lid van te willen worden. En dat was ik dus inmiddels alweer een aantal jaren.

Maar toen werd Sebastiaan Wolswinkel, de door het congres democratisch gekozen voorzitter van de PvdD opeens, zomaar, ├á bout portant door de rest van het bestuur uit de partij gezet. Waarom? Had hij misschien een greep in de partijkas gedaan, zoals Arjen Lubach zich in zijn veelbekeken programma Lubach op zondag afvroeg? Niets daarvan. Wolswinkel had gepleit voor meer openheid, transparantie en democratie, en misschien zo nu en dan ook wat meer aandacht voor eh … mensendingen.

Maar daar had de partij nu even geen oren naar. Als je de aarde moet redden, tellen dat soort futiliteiten kennelijk niet. En dus werd de lastpost buiten de deur gezet.

Een gotspe.

En ja, wat nu? Toch maar lid blijven van die partij, waarmee ik het inhoudelijk nog steeds wel eens ben?

Hou vast aan je idealen, hield langdurig boegbeeld van de PvdD Marianne Thieme ons altijd voor. Maar de manier waarop Wolswinkel nu buiten de deur is gezet, heeft niets te maken met idealen, en alles met brute machtspolitiek door gestaalde kaders die een simpel pleidooi voor meer openheid en democratie al onverdraaglijk vinden.

Van dat soort machtsspelletjes houd ik niet. Ik zeg mijn lidmaatschap op.

 

 

  1. Zie bijvoorbeeld: Tim Jackson, Welvaart zonder groei. Economie voor een eindige planeet, Uitgeverij Jan Van Arkel, Utrecht, 2010

Zo niet!

 

Met ontsteltenis kennis genomen van het feit dat het bestuur van de Partij voor de Dieren, een partij waar ik notabene lid van ben, partijvoorzitter Sebastiaan Wolswinkel vanwege aanhoudende meningsverschillen over de te volgen koers uit de partij heeft gezet.

Wolswinkel is door de leden van de partij democratisch tot voorzitter gekozen. Meningsverschillen over de te volgen koers dienen aan de leden te worden voorgelegd, waarna daar op een congres over wordt beslist.

Het tussentijds eigenhandig royeren van de voorzitter door de rest van het bestuur vind ik een gotspe.

Ik denk over mijn lidmaatschap na.