Quo vadis, Marianne?

Ooit werd ik lid van de Partij voor de Dieren omdat ze niet antropocentrisch was, en als enige de heilige koe van een eeuwigdurende economische groei bij de hoorns durfde vatten.

Antropocentrisch is een duur woord voor de mens als middelpunt van alles, als maat der dingen, of als ‘kroon op de schepping’, zoals ze bij het CDA en de ChristenUnie graag willen geloven.

De mens als het middelpunt van alles? Dat dank je de koekoek, dacht ik! Heeft zoveel hovaardigheid ons inmiddels niet aan de rand van de afgrond gebracht? De mens niet als deel van, maar als heerser over de natuur?

De natuur die wij dachten te kunnen temmen, waar wij dachten geen rekening mee te hoeven houden, slaat inmiddels immers onverbiddelijk terug. Met klimaatverandering, een stijgende zeespiegel, steeds extremere weersomstandigheden en het massaal uitsterven van soorten.

Werd het dus onderhand niet eens tijd wat bescheidener te worden, een paar forse stappen terug te doen en ecologische grenzen te respecteren? Net als al die andere diersoorten op aarde, door niet langer overal hun natuurlijke leefomgeving op te offeren aan onze mensenbelangen?

Want doen we dat niet, overwoog ik, dan zal het ons uiteindelijk net zo vergaan als de dino’s: uitgestorven! De mens als voetnoot in de geschiedenis van de aarde. Niks middelpunt van alles, niks kroon op de schepping.

En dan die heilige koe van een eeuwigdurende economische groei! Alsof in een wereld waarin alles eindig is en uiteindelijk een keer opraakt, de economie oneindig zou kunnen blijven groeien. Ieder kind begrijpt toch dat dat niet kan?

Elk jaar bereiken we eerder de datum waarop we de hoeveelheid grondstoffen hebben opgesoupeerd die de aarde in een heel jaar kan regenereren. In 2017 was dat moment bijvoorbeeld al bereikt op 2 augustus. De rest van het jaar leven we dan als mensheid op de pof met alle gevolgen van dien, zoals een uitputting van grondstoffen, overbevissing van onze zeeën en het kappen van regenwoud. Voor ons huidige consumptieniveau hebben we al 1.7 maal de aarde nodig, en zou de hele wereld leven zoals wij in het rijke westen dan hadden we aan drie aardbollen nog niet genoeg.

En alweer, dacht ik, is het de PvdD die als enige haar kiezers niet zoals alle andere partijen van rechts tot (groen) links met geruststellende prietpraatjes over een ‘duurzame economische groei’ in slaap sust. Want het kan niet, duurzame economische groei bestaat niet, net zomin als Sinterklaas. 1)

Geen antropocentrisch wereldbeeld dus en als enige partij genoeg moed om vraagtekens te zetten bij het heilige paradigma van een eeuwigdurende economische groei: voor mij voldoende reden om niet alleen op de PvdD te stemmen, maar om daar ook lid van te willen worden. En dat was ik dus inmiddels alweer een aantal jaren.

Maar toen werd Sebastiaan Wolswinkel, de door het congres democratisch gekozen voorzitter van de PvdD opeens, zomaar, à bout portant door de rest van het bestuur uit de partij gezet. Waarom? Had hij misschien een greep in de partijkas gedaan, zoals Arjen Lubach zich in zijn veelbekeken programma Lubach op zondag afvroeg? Niets daarvan. Wolswinkel had gepleit voor meer openheid, transparantie en democratie, en misschien zo nu en dan ook wat meer aandacht voor eh … mensendingen.

Maar daar had de partij nu even geen oren naar. Als je de aarde moet redden, tellen dat soort futiliteiten kennelijk niet. En dus werd de lastpost buiten de deur gezet.

Een gotspe.

En ja, wat nu? Toch maar lid blijven van die partij, waarmee ik het inhoudelijk nog steeds wel eens ben?

Hou vast aan je idealen, hield langdurig boegbeeld van de PvdD Marianne Thieme ons altijd voor. Maar de manier waarop Wolswinkel nu buiten de deur is gezet, heeft niets te maken met idealen, en alles met brute machtspolitiek door gestaalde kaders die een een simpel pleidooi voor meer openheid en democratie al onverdraaglijk vinden.

Van dat soort machtsspelletjes houd ik niet. Ik zeg mijn lidmaatschap op.

 

 

  1. Zie bijvoorbeeld: Tim Jackson, Welvaart zonder groei. Economie voor een eindige planeet, Uitgeverij Jan Van Arkel, Utrecht, 2010

6 reacties op “Quo vadis, Marianne?

  1. In het Duits bestaat een woord > nachvollziehen. Als je een vertaling ervan zoekt, krijg je een resem voorbeelden hoe het wordt gebruikt – maar een echte vertaling naar het Nederlands bestaat blijkbaar niet. Dat was het eerste waar ik aan dacht bij jouw artikeltje. ‘Ik kan er inkomen’ komt er wel het dichtste bij, denk ik – maar omvat niet de volledige betekenis… 😉

    Liked by 1 persoon

    • Tja, en ‘navoltrekken’ klinkt ook niet echt lekker 🙂 Maar maak je geen zorgen: ik begrijp wat je bedoelt. ‘k Heb niet voor niks Duitse Taal- en Letterkunde gestudeerd 🙂
      Intussen wil een groep verontruste leden dat het partijbestuur op een speciaal congres verantwoording aflegt. Misschien had ik daar nog even op moeten wachten. Maar zoals de Duitsers zeggen: It’s no use crying over spilled milk 😉

      Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s