Zo niet!

 

Met ontsteltenis kennis genomen van het feit dat het bestuur van de Partij voor de Dieren, een partij waar ik notabene lid van ben, partijvoorzitter Sebastiaan Wolswinkel vanwege aanhoudende meningsverschillen over de te volgen koers uit de partij heeft gezet.

Wolswinkel is door de leden van de partij democratisch tot voorzitter gekozen. Meningsverschillen over de te volgen koers dienen aan de leden te worden voorgelegd, waarna daar op een congres over wordt beslist.

Het tussentijds eigenhandig royeren van de voorzitter door de rest van het bestuur vind ik een gotspe.

Ik denk over mijn lidmaatschap na.

On Photography

 

De titel verwijst naar een beroemd essay van de Amerikaanse schrijfster >Susan Sontag (1933-2004) over fotografie dat ik, moet ik tot mijn schande bekennen, nog steeds niet gelezen heb. Maar dat weerhield mij niet van de volgende overpeinzingen over het onderwerp die getriggerd werden door een stukje dat ik toevallig las in de VPRO gids. Over fotografie dus en over de Vlaamse fotograaf Harry Gruyaert.

Maar eerst een stelling die ik nu maar even poneer, en die vermoedelijk wel door een aantal mensen zal worden gedeeld:

Een camera kent geen menselijke emoties die de werkelijkheid vertekenen. Het oog van de camera registreert objectief en laat de dingen zien zoals ze werkelijk zijn: fotografie is een objectieve, getrouwe weerspiegeling van de werkelijkheid.

In de VPRO gids 40, 2019 lees ik dan een citaat van Gruyaert dat gaat als volgt:

Het is onmogelijk objectief te zijn. Er zijn zoveel manieren  om naar iets te kijken (…) Er is geen werkelijkheid, het bestaat niet. Dingen zijn te complex. Er is alleen je eigen visie, die je iets vertelt over wat je ziet, maar ook over jezelf”.

Twee standpunten dus tegenover elkaar die, denk ik, allebei wel hun aanhangers zullen hebben. Het ene -fotografie beeldt de werkelijkheid af zoals die is -zouden we objectivistisch kunnen noemen, het andere -een foto zegt misschien wel meer over de fotograaf dan over de werkelijkheid – subjectivistisch. 

Beide standpunten lijken ook wel een beetje een echo te zijn van de aloude tegenstelling in de filosofie tussen materialisme en idealisme. Terwijl het materialisme (Feuerbach, Marx) uitgaat van een kenbare, objectieve werkelijkheid die onafhankelijk van ons bewustzijn bestaat, gelooft het idealisme (Descartes, Kant, Hegel) in het primaat van de geest en twijfelt het aan het bestaan van zo’n van ons bewustzijn onafhankelijke, objectieve werkelijkheid en de kenbaarheid daarvan.

Maar terug naar de fotografie. Hoe betrouwbaar is dus een foto? Kunnen we er van op aan dat foto’s ons de werkelijkheid laten zien zoals die is?

Het standpunt dat wij objectivistisch genoemd hebben is misschien wel een beetje naïef.

Om te beginnen is het natuurlijk de fotograaf die zijn onderwerp kiest en niet de camera. Hij bepaalt wat hij belangrijk genoeg vindt om te laten zien en wat niet, en zijn blik zal daarbij ongetwijfeld bewust of onbewust mede worden gestuurd door zijn eigen politieke en esthetische voorkeuren.

Bijvoorbeeld: Op de foto’s die ik heb gemaakt tijdens >de grote klimaatdemonstratie op vrijdag 27 september in Den Haag zult u veel demonstranten zien met spandoeken van de Partij voor de Dieren. Nu was de Partij voor de Dieren op die demonstratie inderdaad prominent aanwezig, maar sommige andere partijen waren dat ook en die komen er misschien toch iets bekaaider van af. Niet uitgesloten dus dat de politieke voorkeuren van de fotograaf hier ook een rol hebben gespeeld 🙂

Lenin's_speech

Verder: zolang de fotografie bestaat, is er met fotografische beelden gemanipuleerd. Door dictators of dictators in de dop bijvoorbeeld, die de geschiedenis wensten te herschrijven om hun eigen machtspositie te verstevigen. Berucht is het voorbeeld van de Russische revolutionair Leon Trotzki. Tijdens een rede van Lenin op 20 maart 1920 op het plein voor het Bolshoi theater in Moskou staat Trotzki vlak bij Lenin naast het podium, zoals te zien op de bovenste foto. Op de tweede foto is van Trotzki geen spoor meer te bekennen. Weggeretoucheerd op last van Stalin, die met zijn rivaal in een bittere machtsstrijd was verwikkeld en diens betekenis voor de Russische Revolutie het liefst helemaal wilde uitwissen.

Werd er dus ook al in het analoge tijdperk met foto’s gemanipuleerd, met de digitalisering van de fotografie en de komst van beeldbewerkingsprogramma’s als Photoshop zijn de mogelijkheden om beelden te manipuleren alleen maar nog meer toegenomen. Wie nu populaire foto’s op bijvoorbeeld > 500px  bekijkt, ziet bijna alleen nog maar sterk geësthetiseerde natuurfoto’s, dromerige beelden van kennelijk zeer bedreven photoshoppers waarvan je je mag afvragen wat ze nog met de werkelijkheid van doen hebben.

4

Ed, Paul, George en Ringo

En op deze foto hier ziet u mij als lid van de Beatles. Toegegeven: niet de meest flatteuze afbeelding van mijzelf, maar daar gaat het nu niet om. Waar het wel om gaat is dat het tegenwoordig veel meer nog dan vroeger een koud kunstje is als fotograaf de werkelijkheid naar je hand te zetten en iedereen te laten zien wat je wilt dat ze zien.

Heeft Gruyaert dus gelijk? Is het onmogelijk als fotograaf de dingen te tonen zoals ze werkelijk zijn? Moeten we iedere pretentie van objectiviteit maar laten varen?

Ondanks het gevaar dat ik me er nu misschien iets te gemakkelijk vanaf maak, zou ik toch willen zeggen: natuurlijk niet! Het hangt er maar net van af  hoe je het medium fotografie gebruikt. En je kunt het zowel gebruiken om dingen te tonen zoals ze zijn als om ze te verhullen, zowel om mensen voor de gek te houden als om te laten zien wat werkelijk het geval is. Het is niet het medium dat liegt of de waarheid spreekt, het zijn de mensen die er gebruik van maken!

Het is dus aan jou!

Its up to you!